Waarom we zo snel vergeten

•14 december 2009 • Laat een reactie achter

Hoe kan het toch dat de mens zo kort van memorie is? Als je lekker bij een warme kachel zit, dan is pijn van kou van vijf minuten geleden vaak al ver weg. Als je maanden lang in een koelcel hebt gewerkt, vind je 16 graden Celsius al snel een lekkere temperatuur.  Een half uur later heb je echter toch alweer snel behoefte aan een dikke trui of zet je de kachel hoger. En niet alleen bij lage temperaturen werkt dit zo. Dit fenomeen gaat voor veel meer zaken op: studeren, werkzaamheden, lange reizen en zo kan ik nog wel even door gaan.

Het is bijzonder, zelfs de grootste pessimisten hebben ´last´ van dit fenomeen. Ik denk dat het te maken heeft met een van de sterkst ontwikkelde overlevingsstrategieen van de mens. Niet focussen op het negatieve maar vooruitkijken naar de kansen die er mogelijk weer aan de horizon verschijnen.

In het huidige tijdsgewricht zijn er veel negatieve factoren die er op je af komen. Verlies van werk, inkomen, zekerheid. Niets is meer zeker om maar met Delta Lloyd te spreken. Een goed voorbeeld is het nieuws.  80% daarvan is  sowieso negatief geladen. Anders was het vermoedelijk geen nieuws geworden. Waarom blijven we er dan toch naar kijken? Omdat we toch weer benieuwd zijn wat voor oplossingen er komen en of het morgen niet weer een tikkeltje beter gaat in onze wereld en omgeving.

Ook  zijn er in economisch slechte tijden nog steeds ontelbare mensen die kansen zien, ruiken, voelen, ontdekken en vinden. Natuurlijk zijn er ook beroepspessimisten maar zelfs die vinden toch weer elke dag een reden om uit bed te stappen en aan het werk te gaan. Dat feit is in ieder geval een positief ding in hun leven. Daar kan zelfs de grootste pessimist niet om heen.

Natuurlijk heeft ieder mens ook wel eens een slechte dag en kennen de meeste mensen een aantal zaken in hun werk of privé waar ze op z´n zachtst gezegd niet blij van worden. Toch denk ik dat we snel negatieve dingen vergeten en dat positieve zaken veel beter in ons geheugen bewaard blijven.

Mijn stelling van vandaag: de mens is een van nature positief ingesteld wezen of hij/zij dit nu wil of niet.

Het geheugen van de mens is ingesteld op het onthouden en terughalen van positieve momenten en zaken. Negatieve zaken blijven wel bewaard maar worden zoveel als mogelijk naar de achtergrond verdrongen. Wel leren we van negatieve zaken. Zeker als we daarmee ons leven kunnen verlengen en verbeteren. Ieder mens leert van negatieve dingen. Om ze te kunnen herkennen, voorkomen of om er ver van te blijven. Dit alles komt voort uit lijfsbehoud en zit tot in het diepst van onze ziel ingebakken.

Mexicaanse griep is een hype

•28 november 2009 • Laat een reactie achter

Het is opvallend dat er bij de Mexicaanse griep in de pers nauwkeurig bijgehouden wordt hoeveel dodelijke slachtoffers er te betreuren zijn. Van gewone griep lees je hier bijna nooit wat over. Ik vraag me wel eens af hoe zich dat tot elkaar verhoudt maar daar hoor je niemand over. Het zal me niet verbazen dat er bij een gewone griepgolf ook heel wat dodelijke slachtoffers vallen maar schijnbaar is dat nu niet interessant want dat vindt men geen nieuws. Ik denk dat we nog raar op zouden kijken als dat wel gebeurt. Ik vermoed namelijk dat het er meer zijn dan dat we denken maar ja, een gewone griep is natuurlijk geen nieuws en de dodelijke slachtoffers daarvan ook niet. Een griep met een naam die qua dna-structuur wat afwijkt is natuurlijk veel belangrijker….

Op avontuur met de Vidrus (P)(F)luvius

•18 november 2009 • Laat een reactie achter

foto: www.merijnsoeters.com

Op de eerste november lagen we voor de start in de Pluvius te wachten in de Fluvius. Of was het net andersom? Een Laak-lid kon het dan ook niet laten om te roepen dat wij met onze boot schuld waren aan de bakken vol met regen die uit het zwerk op ons neerdaalden. “Hoe kun je een boot ook Pluvius noemen?” Vermoedelijk was zijn blik vertroebeld door een regendruppel of misschien betrof het zijn geest die verward was geraakt door de overvloedige neerslag? Het was duidelijk, hij had onze Snelle Rivier verward met gestaag neerdalende regen en och, zo ver zat hij er niet eens naast, het was allebei water in een vloeibare vorm.

Een hoosvat waren we vergeten, ademende regenjacks ademden op een gegeven moment alleen nog maar water. Uiteindelijk bleek niets bestand tegen de gestadig vallende droppels, bestaande uit een voor een levend wezen onmisbaar vocht. Een droogdoek kon de vloed op een gegeven moment ook nog maar amper keren. Tien keer uitwringen en ik kon weer opnieuw beginnen. Mijn gewring had maar weinig nut. Behalve dan dat ik als enige in de boot de voetjes nog redelijk droog kon houden. De rest van de crew besloot maar met klotsende enkels te starten. Wat maakte het ook nog uit?

Normaal houd ik mij verre van regen maar och, als je er eenmaal in zit dan moet je er maar het beste van maken. De dag was droog begonnen en ondanks de slechte weersberichten, (och wie gelooft tegenwoordig nog in het KNMI??) hadden we goede hoop dat het bij wat gemiezer zou blijven. Zoals dat wel vaker zo gaat, begon tijdens de reis richting Amsterdam het zwerk steeds meer te betrekken. Donkere wolken schoven voor een waterig zonnetje, boomtoppen begonnen te bewegen en ja hoor, de ruitenwissers van de auto werden gedwongen hun eentonige beweging te starten, heen en weer, in een rustige cadans. Zo werd onze voorruit van de auto tot aan Amsteledamme van de nodige regendruppels ontdaan.

Aangekomen bij de boorden van de Amstel bleek de meidenvier met Iris droog over de finish te zijn gekomen. Ook de mannen boordvier was nog redelijk droog over de finish gekomen maar de bemanning kwam in het (voor ons) eerste echte buitje van de dag met de Wellebeek (ook al zo’n waterige naam) aanlopen. Helaas voor hen hadden wij net de Fluvius in de schragen gehangen dus zij besloten eerst maar eens rustig te gaan douchen na hun boot op de botenwagen te hebben gelegd. We waren hen dankbaar voor hun galante gebaar want we waren net op de helft met het ombouwen van de Vidrus van lichte meidenboot naar zware herenboot en zaten niet zo heel erg ruim meer in onze tijd.

We kwamen vlot van het vlot en na wat preliminaire bewegingen voor de start, welke ik u zal besparen, was het grote wachten weer eens begonnen. Zoals gewoonlijk weer geen nintendo of boek bij de hand dus tsja, dan ga je maar eens wat om je heen kijken om de tijd te doden. Maar dat was buiten onze stuur gedacht. Meestal worden wij in de trainingen gestuurd door een jonge dame of heer die een familierelatie onderhoudt met een van de bemanningsleden. Deze keer was echter stuurvrouwe Elise aan boord geklommen en wij mannen kwamen er al snel achter dat er meer plekken op aarde zijn dan de voor u als lezer welbekende plekken, waar een vrouw de baas is. Natuurlijk wisten wij als zelfbewuste, geëmancipeerde metromannen al lang, dat er veel meer dan de als bekend veronderstelde plekken zijn, waar de vrouw de baas is. Maar de natuurlijke vanzelfsprekendheid en elegance waarmee wij werden aangesproken, waren we niet gewend. Kortom: we waren wat van ‘slag’. We gingen hier en daar zomaar spontaan halen en uit de boot kijken maar ons werd in onmiskenbare bewoordingen duidelijk gemaakt dat zulke zaken door onze stuurvrouwe niet werden getolereerd. En zo hoort het natuurlijk ook. Er kan er maar een de baas zijn in een vier en die taak is niet weggelegd voor de roeier. Wij werden op onze verantwoordelijkheid gewezen en al snel na de start werd ons duidelijk dat wij als taak hadden onze stuurvrouwe zo snel mogelijk langs andere boten te varen en deze ver achter ons te laten. Inhalen van andere schepen werd kortstondig ons levensdoel en wij werden vakkundig ‘opgezweept’ tot een ultiem tempo en dito haal. Voor onze inspanning werden wij beloond met strak stuurwerk en enthousiaste verbale ondersteuning. Enkele honderden meters voor de finish sloeg de schrijver dezes nog een klein visje, de lezer dezes begrijpt ongetwijfeld welke soort, maar gelukkig remde dit de boot niet al teveel af en werd het haken van de vis door de mede-bo(nd)ot-genoten na de finish ruimhartelijk vergeven. Gelukkig had de vis na één haal het hazenpad gekozen. Menig man die geregeld met stok langs de kant van het water zit, zou enthousiast zijn geworden na het aan de haak slaan van een dergelijke vis maar de schrijver dezes kon er alleen maar bedroefd van worden en was zichtbaar blij dat de vis zo enthousiast van de haak was gesprongen, zoals u ongetwijfeld zult begrijpen.

© Henk Kremer